Homepage Nieuws Wat verandert er voor WCAG-audits met de WCAG-EM 2.0?

Wat verandert er voor WCAG-audits met de WCAG-EM 2.0?

WCAG-EM 2.0 is verschenen, maar wat betekent dat precies?

Na ruim twaalf jaar heeft de methode voor het uitvoeren van WCAG-onderzoeken een flinke update gekregen. Op 23 juli 2026 publiceerde het W3C de definitieve versie van WCAG-EM 2.0. De nieuwe versie is niet alleen bedoeld voor websites, maar ook voor apps en andere digitale producten.

Dat klinkt misschien alsof toegankelijkheidsonderzoeken vanaf nu compleet anders moeten worden uitgevoerd. Gelukkig valt dat mee. De basis van de methode blijft grotendeels hetzelfde. De belangrijkste verandering zit vooral in wat je ermee kunt onderzoeken en in de termen die daarbij worden gebruikt.

We nemen je mee door de belangrijkste verschillen.

Eerst even: wat is WCAG-EM?

WCAG vertelt aan welke toegankelijkheidseisen digitale content moet voldoen. WCAG-EM beschrijft vervolgens hoe je een degelijk onderzoek uitvoert om te bepalen in hoeverre een digitaal product aan die eisen voldoet.

Bij een website met honderden of duizenden pagina's is het meestal niet realistisch om iedere pagina volledig te onderzoeken. Daarom beschrijft WCAG-EM onder andere hoe je de scope van een onderzoek bepaalt, hoe je een representatieve steekproef samenstelt en welke informatie uiteindelijk in het onderzoeksrapport moet worden vastgelegd.

WCAG-EM voegt dus geen nieuwe WCAG-succescriteria toe. Het is de methode waarmee je het onderzoek gestructureerd uitvoert.

Van websites naar digitale producten

WCAG-EM 1.0 kwam uit 2014 en sprak vrijwel overal over websites, webpagina's en webpagina-states. Dat werkte prima voor een klassieke website, maar steeds minder goed voor bijvoorbeeld een mobiele app.

In de praktijk werden apps natuurlijk al op toegankelijkheid onderzocht, maar onderzoekers moesten de webgerichte terminologie daarbij enigszins creatief interpreteren. WCAG-EM 2.0 lost dat op.

De methode spreekt voortaan over een digital product, oftewel een digitaal product. Daar kunnen bijvoorbeeld onder vallen:

  • websites;
  • webapplicaties;
  • mobiele apps;
  • e-books;
  • digitale documenten;
  • kiosks en andere digitale interfaces.

Een webpagina wordt binnen de nieuwe methodiek breder omschreven als een "view". Een onderdeel dat daadwerkelijk wordt meegenomen in het onderzoek heet vervolgens een "sample" en alle onderzochte onderdelen samen vormen de "sample set".

Dat lijkt misschien vooral een verandering van woorden, maar hierdoor kan dezelfde onderzoeksmethode nu veel logischer worden toegepast op verschillende soorten digitale producten.

Ook apps passen nu netjes binnen de methodiek

Bij een website kun je een pagina meestal eenvoudig aanwijzen met een URL. Bij een native app werkt dat niet. Een bepaald scherm verschijnt bijvoorbeeld pas nadat je bent ingelogd, een instelling hebt aangepast of een aantal stappen hebt doorlopen.

WCAG-EM 2.0 houdt hier expliciet rekening mee. Een sample binnen een app kan bijvoorbeeld worden vastgelegd met een screenshot en een beschrijving van de stappen die nodig zijn om bij dat specifieke scherm te komen.

Daarmee sluit de methode een stuk beter aan op hoe toegankelijkheidsonderzoeken tegenwoordig daadwerkelijk worden uitgevoerd. Vooral bij mobiele apps is dat een flinke verbetering.

De vijf stappen blijven gewoon bestaan

Wie al met WCAG-EM 1.0 werkt, hoeft gelukkig niet opnieuw te leren hoe een WCAG-onderzoek in elkaar zit. De bekende vijf stappen blijven bestaan:

  1. Bepaal de scope van het onderzoek.
  2. Verken het digitale product.
  3. Selecteer een representatieve steekproef.
  4. Onderzoek de geselecteerde steekproef.
  5. Rapporteer de bevindingen.

In WCAG-EM 1.0 stonden praktisch dezelfde stappen. Het verschil is dat ze toen volledig vanuit websites en webpagina's werden beschreven. In versie 2 zijn ze herschreven zodat ze voor ieder digitaal product bruikbaar zijn.

Voor een regulier onderzoek van een website zal de dagelijkse praktijk daardoor verrassend vertrouwd blijven.

De steekproef verandert nauwelijks

Je begint nog steeds met een gestructureerde steekproef. Daarin neem je onderdelen op die representatief zijn voor het onderzochte product. Denk bij een website bijvoorbeeld aan de homepage, verschillende paginatypen, formulieren, belangrijke functionaliteiten en gebruikte technieken.

Daarnaast wordt nog steeds een willekeurige steekproef van 10 procent toegevoegd. Deze wordt gebruikt om te controleren of de gestructureerde steekproef daadwerkelijk representatief is.

Hier heeft het W3C wel een belangrijke verduidelijking aangebracht, die 10 procent komt namelijk bovenop de gestructureerde steekproef.

Heb je bijvoorbeeld een gestructureerde steekproef van 20 pagina's? Dan voeg je daar 2 willekeurig geselecteerde pagina's aan toe en onderzoek je uiteindelijk 22 samples. Bij 80 samples worden dat 8 extra willekeurige samples en dus 88 in totaal.

Het percentage zelf is niet nieuw. Ook WCAG-EM 1.0 schreef al een willekeurige steekproef van 10 procent voor. De nieuwe versie maakt alleen explicieter hoe deze moet worden toegepast.

Complete processen blijven belangrijk

Kom je tijdens een onderzoek bijvoorbeeld een bestelproces, registratieproces of aanvraagformulier tegen? Dan is het niet voldoende om alleen één scherm uit dat proces te onderzoeken.

Alle relevante stappen die nodig zijn om het proces te voltooien moeten worden meegenomen. Daarbij horen ook belangrijke alternatieve routes, bijvoorbeeld het toevoegen van een ander afleveradres tijdens een bestelproces.

WCAG-EM 2.0 verandert dit principe niet wezenlijk, maar gebruikt voortaan de bredere term samples in plaats van uitsluitend webpagina's en webpagina-states. Hierdoor werkt hetzelfde principe nu ook logisch bij bijvoorbeeld een reeks schermen binnen een app.

De scope wordt duidelijker afgebakend

Een interessante verandering zit in de manier waarop naar de scope wordt gekeken. WCAG-EM 1.0 kende onder andere namelijk het begrip "separable website areas". Daarmee kon bijvoorbeeld een zelfstandig gedeelte van een grote website afzonderlijk worden onderzocht.

Dat specifieke begrip is uit WCAG-EM 2.0 verdwenen. In plaats daarvan introduceert de nieuwe versie het principe van product enclosure.

Simpel gezegd, bepaal eerst welk digitaal product je onderzoekt en neem vervolgens alle relevante views, states en functionaliteiten binnen dat product mee.

Dat betekent overigens niet dat je voortaan altijd een complete website of applicatie moet onderzoeken. Een duidelijk afgebakend onderdeel kan nog steeds het onderzoeksobject zijn. Neem bijvoorbeeld een bankwebsite met afzonderlijke onderdelen voor particulier en zakelijk bankieren. Je kunt het zakelijke gedeelte als onderzoeksobject definiëren.

Maar zodra dat gedeelte je gekozen digitale product is, moet de scope wel het volledige relevante product omvatten. Je kunt dan niet willekeurig onderdelen binnen dat product uitsluiten omdat ze bijvoorbeeld lastig te onderzoeken zijn.

Minder ingewikkelde terminologie

Zo zijn onder andere de begrippen "aggregated products" en het onderscheid tussen "base technologies" en "auxiliary technologies" verdwenen. Volgens het W3C zorgden deze begrippen vooral voor extra complexiteit terwijl ze in de praktijk weinig toevoegden.

Ook verwijzingen die specifiek naar WCAG 2.0 verwezen zijn bijgewerkt naar WCAG 2 of, waar nodig, WCAG 2.2. Hierdoor is de methode minder sterk verbonden aan één specifieke WCAG-versie en beter voorbereid op toekomstige ontwikkelingen. Tijdens de update heeft het W3C dus behoorlijk wat oude terminologie opgeruimd.

Ook de rapportage krijgt aandacht

WCAG-EM 2.0 legt daarnaast meer nadruk op het goed documenteren van een onderzoek. De methode noemt bijvoorbeeld dat duidelijke probleemomschrijvingen, stappen waarmee een probleem kan worden gereproduceerd, screenshots, video's en de ernst van een bevinding teams kunnen helpen om toegankelijkheidsproblemen sneller op te lossen.

Dat betekent niet dat ieder onderzoeksrapport vanaf nu verplicht vol moet staan met screenshots of video's. Het W3C noemt dit vooral als goede manier om bevindingen duidelijker en beter reproduceerbaar te maken.

Wel blijft het belangrijk dat minimaal duidelijk wordt vastgelegd welke scope is onderzocht, welke steekproef is gebruikt, hoe de willekeurige steekproef is bepaald en wat de uitkomsten van het onderzoek zijn.

Betekent WCAG-EM 2.0 ook automatisch WCAG 2.2?

Nee. Dit zijn twee verschillende dingen.

WCAG beschrijft waaraan een digitaal product moet voldoen. WCAG-EM beschrijft hoe je het onderzoek uitvoert.

Een organisatie kan dus een onderzoek uitvoeren volgens WCAG-EM 2.0 terwijl de normen waartegen wordt getoetst vanuit wet- of regelgeving afzonderlijk zijn bepaald. De introductie van WCAG-EM 2.0 voegt zelf geen nieuwe toegankelijkheidseisen toe.

WCAG-EM 2.0 in Nederland

Nederland heeft overigens actief meegeschreven aan de nieuwe methodiek. Medewerkers van Logius hebben binnen het W3C meegewerkt aan de ontwikkeling en DigiToegankelijk noemt de overgang van websites naar alle digitale producten een van de belangrijkste verbeteringen.

Voor onderzoekers betekent de komst van WCAG-EM 2.0 vooral dat er eindelijk één moderne methode beschikbaar is die past bij de digitale producten die we vandaag de dag onderzoeken.

Een onderzoek van een gewone website zal daardoor niet ineens compleet anders verlopen. De grootste winst zit bij apps en andere digitale interfaces, waarvoor de oude versie simpelweg niet goed meer aansloot.

Samengevat

  • De vertrouwde 5 stappen van WCAG-EM veranderen niet. Een regulier onderzoek van een website verloopt straks praktisch hetzelfde als je gewend bent.
  • De grootste winst zit in de terminologie. Webpagina’s heten nu views en pagina-states zijn samples. Daardoor is de methode vanaf nu naadloos toe te passen op mobiele apps, e-books, kiosks en digitale documenten.
  • Begrippen als separable website areas zijn verdwenen. Dankzij het nieuwe principe van product enclosure leg je de grenzen van een onderzoek strakker én logischer vast.
  • De willekeurige steekproef van 10% is niet nieuw, maar WCAG-EM 2.0 maakt definitief helder dat deze bovenop je gestructureerde steekproef komt (20 gestructureerde samples = 2 extra willekeurige samples).
  • WCAG-EM 2.0 introduceert géén nieuwe eisen en staat los van de WCAG-versie waartegen je toetst (zoals WCAG 2.1 of 2.2). Het is puur het gereedschap om het onderzoek uit te voeren.

Deel dit artikel:

Dennis van Zanten

Projectmanager & Accessibility Consultant

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Gerelateerd nieuws

Bekijk al ons nieuws