De Web Content Accessibility Guidelines (WCAG) zijn richtlijnen die beschrijven hoe je digitale content toegankelijk maakt voor iedereen, inclusief mensen met verschillende beperkingen. Deze richtlijnen zijn ontwikkeld door het World Wide Web Consortium (W3C) en vormen de wereldwijde standaard voor digitale toegankelijkheid. Het doel van WCAG is om websites en apps bruikbaar te maken voor mensen met visuele, auditieve, motorische of cognitieve beperkingen.
De noodzaak van WCAG
In een steeds meer digitale wereld is toegankelijkheid essentieel. Ruim 20% van de bevolking ervaart dagelijks belemmeringen bij het gebruik van websites en digitale diensten. Denk bijvoorbeeld aan mensen die afhankelijk zijn van schermlezers, niet met een muis kunnen werken of moeite hebben met complexe navigatiestructuren. WCAG helpt om deze barrières weg te nemen, waardoor iedereen toegang heeft tot dezelfde online informatie en diensten.
De eerste versie van de WCAG werd in 1999 gelanceerd en is sindsdien meerdere keren bijgewerkt om in te spelen op technologische ontwikkelingen en veranderende behoeften. De meest recente versie is WCAG 2.1, met WCAG 2.2 in aantocht, die extra succescriteria bevat om de toegankelijkheid nog verder te verbeteren.
De vier principes van WCAG
WCAG is gebaseerd op vier kernprincipes die elk verschillende aspecten van toegankelijkheid dekken. Deze principes helpen ontwikkelaars om webcontent zo te maken dat deze door iedereen gebruikt kan worden, ongeacht hun beperkingen.
1. Waarneembaar
Niveau AA bestaat uit 20 richtlijnen. Aan dit niveau is minder eenvoudig te voldoen dan aan niveau A en het vraagt meer toewijding. Je dient namelijk te voldoen aan de richtlijnen van niveau A (30 stuks), maar ook aan de 20 richtlijnen van niveau AA. In totaal zijn dit 50 richtlijnen. Veel van de richtlijnen van niveau AA zijn gericht op kleurcontrast en het ontwerp van formulieren. Voorbeeld; de contrastverhouding tussen tekst en achtergrond moet minimaal 4,5:1 zijn.
2. Bedienbaar
Een website moet eenvoudig te bedienen zijn, ook als de gebruiker geen muis kan gebruiken. Toetsenbordnavigatie is essentieel voor mensen met motorische beperkingen. Dit betekent dat alle interactieve elementen, zoals formulieren en menu’s, toegankelijk moeten zijn met alleen het toetsenbord. Verder moet een website ook voorspelbaar en stabiel zijn in gebruik, zonder onverwachte veranderingen wanneer een gebruiker door de pagina navigeert.
3. Begrijpelijk
Het derde principe stelt dat zowel de inhoud als de bediening van de website begrijpelijk moeten zijn voor alle gebruikers. Dit betekent dat de taal op een website eenvoudig en helder moet zijn, zonder onnodig jargon of complexe zinsconstructies. Ook moet de navigatie consistent zijn, zodat gebruikers makkelijk hun weg kunnen vinden zonder dat ze telkens opnieuw moeten leren hoe de website werkt.
4. Robuust
Tot slot moet de content robuust zijn, wat betekent dat deze compatibel moet zijn met verschillende browsers, apparaten en assistieve technologieën. Of iemand nu een oude browser gebruikt of een geavanceerde schermlezer, de website moet goed blijven functioneren. Dit betekent ook dat de code van de website correct moet zijn, zonder fouten die de toegankelijkheid kunnen belemmeren.